MEERSTROOM 1
Samenvatting
Intensief hebben veertien jongeren van het Meerstroom College in juni gedurende drie dagen gewerkt aan het zichtbaar maken van herinningen. Dat gebeurde in het kader van het denken over de interculturele dodenplaats van de toekomst.
Om de thematiek in te leiden zijn de eerste dag twee Utrechtse musea bezocht; het Catharijne Convent en het Aboriginal Art Museum. Met behulp van opdrachten is in kleine groepjes gekeken naar twee kunstwerken in het Catharijne Convent. Een werk, een hedendaagse Piëta, was geselecteerd vanwege de inhoud en de relatie met verdriet en afscheid. Een ander werk, Walters huisje, vanwege de taal die op een ruimtelijke wijze verwerkt was in een koepelvormig houten huisje.
In het Aboriginal Art museum heeft een gids van het museum aandacht besteed aan de manier waarop Aboriginals hun relatie met hun voorouders verbeelden en levend houden. Hun ervaringen zijn in de middag verwerkt in een poster. De tweede dag is enthousiast gewerkt aan het maken van eigen teksten over herinnering met de rapper Blaxtar.
Hij heeft ze verschillende manieren aangereikt om tot schrijven te komen en ze aangemoedigd om zichzelf te laten zien. De teksten die de leerlingen gemaakt hebben, hebben ze in de middag op de computer vormgegeven. De derde dag zijn de teksten verwerkt op textiel, zoals schilderdoek, tasjes en tafelkleden, waarbij ze op het spoor van typografie en lay out zijn gezet door de grafisch vormgeefster, Nevel Karaali. Twee weken later konden de leerlingen met trots hun resultaten bekijken in een tentoonstelling in de Leidsche Rijn waar ook werk van andere scholen te zien was.
De gebruikte bouwstenen
Co-eigenaarschap
Zo op het eerste gezicht is er een programma ontwikkeld dat ook het co- eigenaarschap van de leerlingen moet kunnen bevorderen. Dat was echter in beperkte mate het geval. Deze drie dagen waren van begin tot eind vooraf geprogrammeerd en vastgelegd in werkboekjes waar de leerlingen zelfstandig mee konden werken. De opdrachten stonden beschreven in korte directieve zinnen. In de werkboekjes was ruimte om antwoorden op te schrijven, schetsen te maken of eigen teksten te maken.
Het nadeel van het werken vanuit een werkboekje is dat het een gevoel geeft dat alles vooraf gepland is en dat er weinig ruimte is voor eigen inbreng of een andere invulling. Aan de andere kant geeft deze manier van werken houvast en structuur.
Het voldoet aan enkele van de aspecten die gezien worden als van belang voor een didactiek voor het VMBO: het bieden van een duidelijke structuur en aandacht voor leren door te doen. Wat er in ontbrak was de ruimte voor eigen inbreng, de mogelijkheid om zelf keuzes te maken. Het vergroten van de eigen inbreng en keuzemogelijkheden van de leerling is een aandachtspunt geworden voor de volgende ronde.Activerende werkvormen
In dit project hebben leerlingen veel zelfstandig gewerkt, in kleine groepjes en individueel. Alle opdrachten waren verpakt in een persoonlijk werkboekje dat per dag werd uitgedeeld. Ook al werd er in kleine groepjes gewerkt de opdrachten vulden de leerlingen zelf in in hun werkboekje. De ingevulde werkboekjes vormen een deel van het dossier dat zij voor het vak Nederlands samenstellen en dat in hun 4e jaar gebruikt wordt voor een mondeling tentamen.
Door de werkboekjes worden leerlingen weliswaar zelfstandig aan het werk gezet, de opdrachten maakten hen echter vooral uitvoerder. Er waren wel onderdelen die meer eigen keuze en invulling vroegen. In het Catherijne Convent bijvoorbeeld hebben ze van een beeld een stuk kunnen kiezen dat voor hen het sterkst de uiting van verdriet liet zien en dat getekend. Bij Blaxtar hebben ze een eigen tekst geschreven over een herinnering en dat aan elkaar voorgedragen. Op de HKU hebben ze bij die eigen tekst een symbool gemaakt en dat geschilderd op doek.
Rolmodel
Bij de samenstelling van het team is rekening gehouden met het vak dat de begeleidend docent geeft, Nederlands. Op basis daarvan is gekozen voor het laten ontstaan van tekst, poëzie, en om die tekst vervolgens vorm te geven. Voor deze elementen is als kunstenaar in de klas gekozen voor een rapper, Blaxtar.Hij heeft ervaring in het werken met VMBO jongeren en is dagelijks bezig met het schrijven en voordragen van teksten. De manier van omgaan met tekst op een rappende manier sluit aan bij de belevingswereld van de jongeren. Het feit dat Blaxtar optreedt als rapper en daar over vertelt en hen meeneemt in de wereld van de rap werkt motiverend.
Nevel Karaali is grafisch vormgeefster, een vakgebied dat voor leerlingen grotendeels onbekend is. Ze kunnen zich daar niet direct mee identificeren. Ze kunnen zich echter wel identificeren met haar leeftijd en haar achtergrond. Als vaste begeleidster is Soumeya Alhadaddi gevraagd. Een docent beeldende kunst en vormgeving in opleiding, jong en met een Marokkaanse achtergrond. Ook daar kunnen leerlingen zich mee identificeren. De eigen docent is voor hen een rolmodel als het gaat over de wijze waarop je met elkaar omgaat.
Creatief partnerschap
In dit project kwamen twee verschillende projecten samen. De VMBO leerling als kunstenaar van Sia raak en de interculturele dodenplaats van architectuurcentrum Makeblijde. De school heeft zich verbonden aan beide projecten waarvan de eerste langer zou duren dan de tweede. Vanuit het project de VMBO jongere als kunstenaar gaat ook de ambitie uit om van een incidenteel samenwerking te komen tot een structurele samenwerking, in dit geval met de HKU.Een belangrijke schakel in dit partnerschap is de docent van de school die ervoor moet zorgen dat het project de letterlijke en fguurlijke ruimte krijgt. Hij zorgt voor de toestemming en het draagvlak op schoolniveau. In dit eerste project is de relatie tussen de school en de instellingen vooral aanbodgestuurd geweest vanuit de kant van de instelling, in dit eerste project Architectuurcentrum Makeblijde. Er is structureel overleg geweest over de voorstellen en ideeën tussen de school en de instelling en een van de kunstenaars in de klas.
De resultaten
Technische info
Er is gewerkt met een groep van 14 meisjes van de kaderberoepsgerichte leerweg Zorg en Welzijn. Het project heeft plaatsgevonden op drie aansluitende dagen van 10 uur tot 15.00 uur. De eerste dag zijn twee musea in Utrecht bezocht en is in de middag een verwerking gemaakt van die bezoeken.
De tweede dag is de tekst gemaakt en is de tekst op de computer getypografeerd en de derde dag is de tekst verwerkt, gelayout en typografeerd op doek, tasjes en tafelkleden op een andere lokatie namelijk de faculteit beeldende kunst en vormgeving van de HKU. De docent Nederlands en Soumeya Alhadaddi zijn steeds aanwezig geweest. De kunstenaars in de klas respectievelijk een ochtend en een dag.
"De artistieke invulling ligt bij de kunstenaars, ik heb ervoor gezorgd dat er gekte in is gekomen, dat is genoeg."
